Archief

Archive for the ‘over de Bijbel’ Category

Bijbel en geweld

Houdt het dan nooit op? De Bijbel vertelt dat zo’n beetje het eerste wat de mens kan bedenken is om zich af te zetten tegen de ander. Adam keert zich tegen Eva en Kaïn voegt de daad bij het woord tegen Abel.

Men blijft beweren dat godsdienst geweld bevordert. Ik blijf daartegen protesteren, omdat ik niet wil ophouden te blijven op de kracht tot vrede die juist ook in godsdienst te vinden is. Ik was blij met de mogelijkheid om er weer over te schrijven in de bundel die onlangs is gepubliceerd. In goed gezelschap mag ik laten zien dat juist ook het verhaal over de geweldenaar Simson het zaad van vrede in zich draagt.

Advertenties
Categorieën:over de Bijbel

Wijn als troost

Om de zoveel tijd worden er onderzoeksresultaten gepubliceerd waaruit blijkt dat het drinken van alcoholhoudende dranken gezond/een beetje gezond/ongezond is. Onlangs was het weer raak, maar het bericht dat een enkele glaasje wijn gezond is was ook al eerder tegengesproken, zoals in dit bericht uit 2010. In Trouw reageerde Ephimenco op 14 april met een hartstochtelijk pleidooi voor de erkenning van de zegeningen van wijn. Zijn uitsmijter was een verwijzing naar het wonder van Kana, waarbij Jezus water in kwalitatief uitstekende wijn veranderde. Bijbels is daar nog veel meer over te zeggen. Enige tijd geleden heb ik de teksten over wijn in de Bijbel en de wereld daaromheen op een rijtje gezet voor een studiedag van Ex Oriente Lux. Dit “Vooraziatisch-Egyptisch genootschap” gaat met zijn tijd mee. Het archief van zijn tijdschrift Phoenix staat inmiddels ook online. Daar is mijn bijdrage over “Wijn als troost in leven en in sterven” in nr. 37.1 (1991) ook te vinden. Het artikel staat ook mijn pagina met publicaties. Ik heb er nu ook een blog over geschreven voor de website van de PThU.

Amsterdamse School

Op facebook was er de afgelopen tijd een interessante, door Marcel Poorthuis aangezwengelde discussie over de zogenaamde “Amsterdamse school” op het gebied van de exegese van de Hebreeuwse Bijbel. Een aardig beeld van waar die “school” voor stond en staat wordt gegeven in de onlangs gepubliceerde bundel naar aanleiding van het 55-jarig bestaan van de ooit door Martin Beek opgericht Societas Hebraica Amstelodamensis, met bijdragen van alle voorzitters en met een overzicht van alle publicaties en lezingen.

De bundel is nu voor een habbekrats (€ 10; € 7,50 voor studenten) te krijgen; te bestellen door een berichtje te sturen naar kspronk@pthu.nl.

 

Categorieën:over de Bijbel, publicaties

“Amsterdammer”

december 26, 2017 Plaats een reactie

Dit jaar bestaat de Societas Hebraica Amstelodamensis 55 jaar. Bij die gelegenheid publiceerden we een bundel met teksten van alle voorzitters die de SHA in de loop der jaren heeft gehad. We zochten daarbij naar stukken die typerend geacht mogen worden voor hun werk. Sinds 2009 mag ik de club voorzitten en werd ik dus geacht wat kenmerkends bij te dragen. Nu ben ik eigenlijk niet een echte “Amsterdammer”. Ik geef er wel les in het Oude Testament en ik houd me ook enthousiast bezig met Bijbelse theologie, maar mijn theologische en wetenschappelijke wortels liggen in Kampen en dat is toch een andere wereld. Daar staat tegenover dat ik me in het verleden nogal eens met Bijbelvertalen heb bezig gehouden en als er iets is wat de gemoederen bezig kan houden in dit gezelschap dan is dat het wel. Berucht zijn de heftige discussies over de vertaling uit 1951, onder de vurige leiding van Frans Breukelman, en over de Nieuwe Bijbelvertaling uit 2004. Mede naar aanleiding van de NBV had ik ooit meegewerkt aan een bundel over de kunst van het Bijbelvertalen en daarin iets geschreven over de relatie tussen vertalen en theologische vooronderstellingen. Het bij de presentatie van de NBV genoemde ideaal dat vertalen voorafgaat aan de theologie blijkt in de praktijk niet altijd haalbaar. Een mooie “Amsterdamse” gedachte.

Toch zat me hier nog iets dwars en dat heb ik in de jubileumbundel dan ook maar opgebiecht. Ik heb het indertijd publiekelijk voor de NBV opgenomen. Daar sta ik nog steeds achter. Er is van alles op de vertaling (zoals op elke vertaling) wat aan te merken, maar de NBV is duidelijk over haar uitgangspunten en die zijn ook consistent toegepast. Dat gebruikte ik als argument in mijn advies in 2010 aan de synode van de Protestantse Kerk in de discussie over de vraag of de NBV naast de Statenvertaling en de NBG vertaling 1951 de status van kanselbijbel kon krijgen. Bij die gelegenheid (ik mocht de synode toespreken) stelde ik dat Karel Deurloo, fel tegenstander van de NBV, het daar wel mee eens zou zijn. En daar heb ik nu spijt van. Mijn illustere voorganger als voorzitter van de SHA had geen toestemming gekregen om die bewuste synodevergadering toe te spreken. Hij had het achteraf gezien ook niet gekund, want kort daarvoor was hij getroffen door een hersenbloeding. Juist daarom wilde ik hem nu ook noemen. Niet om te suggereren dat hij teruggekomen was op zijn kritiek. Dat zou onzin zijn. Niet voor niets had hij er een boos boek vol over geschreven. Ik wilde aangeven dat hij met wel mij eens zou zijn dat de ideale Bijbelvertaling er niet is en dat we vooral ook behoefte hebben aan blijvende deskundigheid (een goede opleiding dus) en aan discussies op basis van deugdelijke argumenten. Gezien boze reacties die ik later uit het “Amsterdamse” kamp kreeg, kwam die nuance niet helemaal of misschien ook wel helemaal niet over.

Nu we het er toch over hebben, bij de discussie in de synode speelde ook de aangekondigde herziening van NBV een rol. In de open brief van tegenstanders van de NBV als kanselbijbel werd voorgesteld om eerst die herziening af te wachten en te bezien of er bij die gelegenheid voldoende tegemoet gekomen zou worden aan de vele geopperde bezwaren. Ik hield de synodeleden voor dat dit weinig zin had. Een herziening betreft alleen de manier waarop men is omgegaan met de uitgangspunten van de vertaling. Dat zal nooit meer opleveren dan marginale aanpassingen. De uitgangspunten zelf zullen niet ter discussie worden gesteld. Nu dan het proces van herziening dit jaar met de nodige publiciteit is opgestart zal men dat bevestigd zien. Het herstel van de eerbiedskapitalen is een signaal dat het NBG kritiek op de vertaling serieus wil nemen, maar laat men vooral niet verwachten dat het gewraakte NBV principe van gangbaar Nederlands overboord wordt gegooid.

Categorieën:over de Bijbel

Eindelijk: mijn boek over Rechters!

oktober 12, 2017 Plaats een reactie

Vandaag kreeg ik voor het eerst mijn boek over Rechters in handen: het commentaar in de serie Verklaring van de Hebreeuwse Bijbel. Twintig jaar geleden vroeg Johannes de Moor mij of ik het aan hem toevertrouwde deel over dit boek in de serie Historical Commentary on the Old Testament (voorheen: Commentaar op het Oude Testament) van hem wilde overnemen. Ik kan me dat moment nog herinneren: we stonden in zijn kamer aan de Oudestraat in Kampen (met aan de overzijde het pand waar vroeger uitgeverij Kok zat). Mijn commentaar op Nahum was net af en ik had ook wel weer zin in een nieuwe uitdaging. Dus ik aanvaardde de uitnodiging dankbaar. Twee decennia verder ben ik er nog steeds mee bezig. Als het meezit zal het volgend jaar af komen. Intussen ligt er nu dus wel al een versie in het Nederlands (bij Kok, nu in Utrecht). Die is gericht op een breder publiek dat niet vermoeid mag worden met de nimmer eindigende wetenschappelijke debatten over de tittels en jota’s van de grondtekst en de historische achtergronden. Ik hoop de geïnteresseerde lezer wel mee te nemen in mijn enthousiasme over de literair en theologisch bijzonder intrigerende verhalen over vrouwen en mannen, over hun leiderschap en hun merkwaardige gebedsleven (in één van mijn artikelen over Rechters betitel ik het als ‘an uncommon book of prayer’).

Dat iemand meer dan twintig jaar met een Bijbelcommentaar bezig kan zijn, hoeft niet te verbazen. Er zijn ook nog andere dingen in het leven die aandacht vragen en verdienen. Het kan ook nog langer. De Moor vertelde me dat hij naast al zijn andere werk inmiddels zestig jaar bezig is met zijn commentaar op Micha. Het wordt er ook niet makkelijker op. Dat komt mede door de steeds groter wordende stroom aan publicaties. Een buitenstaander zou kunnen denken dat het juist daardoor makkelijker werd, omdat al die studies bijdragen aan een beter begrip van de oude teksten. Dat is echter maar ten dele het geval. Vaak ontbreekt het aan consensus. Door de digitalisering kan men wel steeds makkelijker toegang krijgen tot steeds meer publicaties, maar ook hier geldt dat dit tevens een nadeel is: de hoeveelheid secundaire literatuur is haast niet bij te houden. Zoiets kan ook demotiverend werken: wat heb ik nog toe te voegen?

Mijn bijdrage aan de bestudering van het boek Rechters is dat ik een nieuwe poging onderneem om het boek te lezen als een samenhangend geheel met een duidelijke boodschap. Mijns inziens gaat het om oude verhalen die in de Hellenistische tijd (waarschijnlijk in de derde eeuw v. Chr.) in een nieuw jasje zijn gestoken om te dienen als opmaat voor de verhalen over Samuël en de koningen na hem. Ze zetten de lezer toen en ook nu aan het denken over de vraag wie er geschikt is om leiding te geven. Die vraag wordt in het eerste vers aan God zelf gesteld. Gaandeweg wordt duidelijk dat alleen die leider deugt die dat ook voor zichzelf aan God blijft vragen. Tussendoor gaat het steeds om de relatie tussen man en vrouw. Ook dat is spannend en relevant, toen en nu.

Categorieën:over de Bijbel

De oude Jakob

Mensen van mijn leeftijd denken bij dit opschrift aan het liedje van Annie M.G. Schmid uit “Ja zuster nee zuster”. Het kwam in mij op toen ik werkte aan een bijdrage voor de feestbundel voor Karel Deurloo (een speciaal nummer van het tijdschrift Communio Viatorum). Daarin zijn lezingen gebundeld van het Colloquium Biblicum in Praag in 2016 waarin teksten over de aartsvader Jakob centraal stonden. Het was me al eerder opgevallen dat het interessant is om de oude dag van de verschillende aartsvaders met elkaar te vergelijken. Zeker als je het afzet tegen de manier waarop de oude dag van zijn vader Isaak – vooral ook door toedoen van Jakob zelf – is verziekt, heeft Jakob een mooi levenseinde. Dat kan niet gezegd worden van de oude Jakob zoals hij in de smartlap onder de bezielende leiding van opa Leen Jongewaard door een mannentrio wordt bezongen. Tot mijn vreugd is er op internet nog een opname bewaard. Het brengt je weer terug in de goede oude tijd.

Categorieën:over de Bijbel

Alleen de Schrift?

februari 19, 2017 Plaats een reactie

Sinds kort mag ik mij de hoofdredacteur van het tijdschrift Schrift noemen. Eerder al schreef ik er af en toe artikelen voor. Met een gedeeltelijk nieuwe redactie, met goede ondersteuning van de uitgever (te zien aan de nieuwe lay-out) beginnen we met een nummer getiteld “Alleen de Schrift?”. Maarten Luther kijkt daarbij de lezer vanaf de omslag minzaam toe. Het moge duidelijk zijn dat ook wij aansluiten bij de herdenking van de Reformatie. Juist bij de genoemde wisseling van de wacht in de redactie zou men daar nog meer achter kunnen zoeken. Het tijdschrift is van oorsprong een rooms-katholiek periodiek. In 1969 verscheen het eerste nummer van Schrift als voortzetting van drie tijdschriften: Het Heilig Land, De Jeruzalemvaarder en Het Boek der Boeken. Die kwamen uit de kring van de Paters Montfortanen en de Heilig-Land-Stichting. De eerste hoofdredacteur Bas van Iersel, hoogleraar Nieuwe Testament in Nijmegen, had zijn opleiding ook genoten aan het seminarie der Montfortanen. Ook zijn opvolgster, Ellen van Wolde, is thuis in Nijmegen. Inmiddels werd de uitgave al wel verzorgd door Kok, de degelijk gereformeerde uitgever uit Kampen. En nu is de hoofdredacteur dus ook al iemand die gestudeerd heeft in dit reformatorische bolwerk. Men zou de veranderingen bij Schrift dus kunnen zien als een nieuwe reformatie, bezegeld met een veelzeggend themanummer.

Ware het niet dat er een vraagteken staat achter “Alleen de Schrift”. We zijn nog steeds enthousiast over de Bijbel als bron van inspiratie. De bijdragen in dit nummer getuigen er in alle toonaarden van dat de Bijbel mensen aanspreekt en verbindt. We roepen alleen met minder stelligheid het sola scriptura uit. Maar al te vaak in de geschiedenis bedoelde men er de Bijbel mee zoals men die zelf uitlegde en ging het vooral om het eigen gelijk ten koste van de overtuiging van de ander. We zijn er ons tegenwoordig doorgaans gelukkig meer van bewust dat onze Bijbeluitleg beïnvloed wordt door de traditie waarin we staan en de wereld waarin we leven. Daar is niets mis mee, wanneer we het maar onderkennen en daarmee ook weer onder kritiek kunnen stellen. Mijn eigen bijdrage (samen met Peter-Ben Smit) gaat juist over deze invloed van de context op de lezer. Het is iets waar ik in de toekomst nog veel meer mee bezig zal gaan. We hebben er zelfs een heus centrum voor opgericht.